Van digitale soevereiniteit naar modern rentmeesterschap

Digitale soevereiniteit is een goede reden voor het nemen van regie over de digitale motor van onze overheid. Het klinkt stevig, strategisch en urgent. Maar de overheid heeft geen digitale motor! De overheid IS digitaal, en al zeker 15 jaar! En dus is de vraag: waarom gedraagt de overheid zich alsof ‘digitaal’ een Netflix abonnement is, in plaats de essentie van haar bestaan? Waarom neemt ze geen eigenaarschap en verantwoordelijkheid over haar eigen huis, gezondheid, toekomst en ontwikkeling?

Met deze ‘digitale soevereiniteit‘ kick doet iedereen alsof we net door hebben dat de digitale infrastructuur onder onze samenleving cruciaal is en dat we niet een frivool extratje, of een handig tooltje. De overheid doet vaak alsof “digitaal” een relatief nieuwe laag is bovenop de overheid, en iets waar we nu alsnog even grip op moeten krijgen. Dat gedrag is erg naïef.

De overheid is al decennia digitaal

De overheid is niet recent digitaal geworden. De overheid is al decennia bezig zichzelf stap voor stap te digitaliseren. Eerst voorzichtig, daarna professioneel, toen onmisbaar, en inmiddels volledig verweven met bijna alles wat de overheid doet.

Jaren ’80: hier en daar digitale gereedschappen

In de jaren tachtig was digitaal nog gereedschap. Computers op bureaus, losse systemen, administratieve hulpmiddelen. De overheid bleef in essentie papier, mens, loket en dossierkast, maar kreeg er digitale ondersteuning bij. Handig, efficiënt, modern.

Jaren ’90: meer digitale gereedschappen en ook ondersteund door databronnen

In de jaren negentig werd dat serieuzer. Data werd iets om centraal op te slaan, te koppelen, te bewerken en te gebruiken. Systemen werden groter. Registers werden belangrijker. De overheid kreeg geheugen op schaal. Niet alleen archieven, maar databases. Niet alleen formulieren, maar informatieposities.

Jaren 2000: data en gereedschappen worden groter en er zijn er ook meer, ze worden omsloten door digitale diensten en platforms

In de jaren 2000 veranderden die data en gereedschappen in digitale diensten binnen de overheid. Digitalisering werd niet langer alleen gebruikt om administratie te versnellen, maar om beleid uit te voeren. Belastingen, uitkeringen, vergunningen, toezicht, handhaving, indicaties, beschikkingen: steeds meer overheidstaken kregen een digitale ruggengraat. Nog grotendeels achter de deuren van de overheid, maar al lang niet meer optioneel.

Jaren 2010: Digitale diensten, dataopslag en het inzetten van data bij dienstverleningen worden verrijkt met interfaces voor burgers, bedrijven en partners.

In de jaren 2010 kwamen de interfaces naar buiten. Websites, portalen, formulieren, apps, API’s. We noemden het nog “het digitale loket”, alsof het oude loket simpelweg een nieuw scherm had gekregen. Maar er gebeurde meer. Burgers, bedrijven, instellingen en buurten kregen een digitale ingang tot de overheid. De digitale overheid trad buiten de muren van de overheid zelf.

De burger werd gebruiker, soms zelfs klant. Dienstverlening kreeg een digitaal gezicht. En via data, dashboards, consultaties, modellen en platformen kreeg ook beleidsvorming zelf steeds vaker een digitale vorm.

Jaren 2020: Digitale diensten, data, algoritmen en interfaces zijn alom vertegenwoordigd en vormen samen een informeel operating-system, of digitaal besturingsysteem van de overheid.

En nu, in de jaren 2020, moeten we eerlijk zijn: digitaal is niet meer een hulpmiddel van de overheid. Digitaal is niet de motor van de overheid. Digitaal is het besturingssysteem van de overheid! De overheid is niets, heeft geen geheugen, geen kennis, geen actieradius, geen herstel, geen geld en geen stem zonder digitaal.

Beleid maken, uitvoeren, controleren, verantwoorden, voorspellen, communiceren, beveiligen en bijsturen: het gebeurt digitaal, via digitale middelen, op digitale infrastructuur, met digitale afhankelijkheden. Geen digitaal betekent niet: iets minder efficiënt. Geen digitaal betekent: geen overheid zoals we die nu kennen. Dat is geen waardeoordeel. Het is een feitelijke constatering.

De overheid is niets, heeft geen geheugen, geen kennis, geen actieradius, geen herstel, geen geld en geen stem zonder digitaal.

Digitaal is geen fragment, onderdeel, laag, of aspect in de overheid. Het IS de overheid

En juist daarom is het vreemd dat we vaak nog over digitalisering praten alsof het een domein is. Een afdeling. Een portefeuille. Een aanbesteding. Een cloudstrategie. Een innovatieprogramma. Iets van CIO’s, architecten, securityteams en leveranciersmanagement.

Maar als de overheid digitaal is, dan is de digitale keten geen ondersteunende keten meer. Dan is zij de overheid in werking.

De vraag is dan niet alleen: waar hosten we onze data? Welke leveranciers zijn veilig genoeg? Welke landen zijn nu en mogelijk in de toekomst betrouwbare bondgenoten? Hoe voldoen we aan wetgeving, audits en normen? Kort om: de vraag is: hoe borgen we als overheid de belofte van de overheid naar mensen, naar steden, naar bedrijven, naar de toekomst?

De vraag is, wie kan de veiligheid, integriteit en continuïteit van de overheid schaden? Wie kan de overheid laten functioneren, stoppen, beïnvloeden, afluisteren, vertragen, veranderen of afhankelijk maken?

Dat is een vraag die niet netjes binnen één bestuurslaag, één ministerie of één contract past. Het gaat over cloudplatformen, softwareleveranciers, identiteitsdiensten, kantooromgevingen, chips, firmware, netwerken, hardwarebeheer, remote access, API’s, datakoppelingen, beveiligingsupdates, analysetools, AI-systemen, sensoren en infrastructuur.

Het gaat ook over verantwoordelijkheid over hoe de overheid functioneert. Het gaat over kennis, daadkracht en zelfvertrouwen: weten we nog hoe het werkt? Kunnen we het onderhouden? Kunnen we het repareren? Kunnen we het vervangen? Kunnen we het uitleggen? Voelen we dat alles lekker loopt, of als het nog beter kan?

De belofte en rekensom van de maatschappij

Volwassen organisaties maken de volgende berekening continue. Wat kost het als wij plat gaan? Wat kost het als onze data lekt? Wat kost het als onze processen worden beïnvloed? Wat gebeurt er als een leverancier de voorwaarden verandert, een update verkeerd uitpakt, een dienst stopt, een geopolitieke spanning escaleert, of een verborgen afhankelijkheid ineens kritiek blijkt?

Zij zetten die kosten af tegen de investering die nodig is om weerbaarheid, eigenaarschap en handelingsvermogen op te bouwen. Niet omdat alles zelf doen altijd goedkoper is. Maar omdat niet kunnen handelen uiteindelijk de duurste optie is.

Voor de overheid is die rekensom groter. Als een overheid faalt, faalt niet alleen een organisatie. Dan kunnen uitkeringen, vergunningen, belastingen, zorgprocessen, veiligheid, mobiliteit, energie, water, steden, toezicht en crisisrespons geraakt worden. En elke schade in de overheid heeft een langzaam en diep effect in alle lagen van de maatschappij. Vertrouwen verdwijnt sneller dan het wordt opgebouwd. En afhankelijkheden die jarenlang efficiënt leken, blijken ineens bestuurlijke kwetsbaarheden.

Daarom is “digitale soevereiniteit” een leuke smoes om eens de balans op te maken, maar een te smalle toets voor de kern van ons probleem.

Als we digitale soevereiniteit alleen begrijpen als “onze data bij vertrouwde partijen” of “onze cloud bij goedgekeurde partners uit stabiele landen”, dan missen we het punt. Dat kan onderdeel van het antwoord zijn, maar het is niet het antwoord.

Het gaat niet om een nettere vorm van uitbesteden. Het gaat om eigenaarschap over de volledige keten die de overheid overeind houdt en dus ook sommige zaken ‘in house’ doen.

Eigenaarschap, regie, rentmeesterschap en richting, maken en onderhoud

‘In house’ dingen regelen betekent niet dat de overheid alles zelf moet bouwen, hosten of beheren. Maar wel de discussie aangaat: wat is nou echt van ons, waar zijn wij de expert en waar moeten we 100% eigenaarschap, regie en rentmeesterschap over hebben. En dus ook: wat hebben we nodig om ook dat systeem, die digitale, of moderne overheid in stand en up to date te houden. Hoe wendbaar moeten we zijn, hoe daadkrachtig en hoeveel backups hebben we nodig zodra het misgaat?

We kunnen die verantwoordelijkheden niet van ons afschuiven. Niet als overheid, niet als ondersteunend ecosysteem, maar ook niet als maatschappij.

En hetgeen wat je uit handen moet, of wilt geven moet ook kritisch gedaan worden zoals nu ook de discussie is. Een moderne overheid kan en moet ook samenwerken met marktpartijen, kennisinstellingen, Europese partners en open ecosystemen. En samenwerken is iets anders dan afhankelijk zijn zonder handelsvermogen en handelsperspectief. Uitbesteden is iets anders dan niet meer weten hoe je eigen huis werkt. Uitbesteden is rentmeester zijn, over commodity middelen.

Een volwassen digitale overheid moet kunnen zien wat er binnen haar muren staat en draait. Welke systemen draaien waar? Welke data stroomt waarheen? Hoe afhankelijk zijn delen van de maatschappij van onderdelen in het digitale domein. Welke leveranciers hebben nu en in de toekomst, met welke macht? Welke verandering kunnen welke processen raken? Welke zaken kunnen we vervangen? Welke kennis moeten we in huis hebben om goed rentmeester te zijn? Welke publieke waarden zijn gecodificeerd in systemen, en welke zijn per ongeluk verdwenen in procesoptimalisatie?

Want de overheid is niet alleen een verzameling diensten. Zij is ook een verzameling verantwoordelijkheden. Rechtmatigheid. Continuïteit. Gelijkheid. Controleerbaarheid. Menselijke maat. Democratische sturing. Veiligheid. Publieke verantwoording.

Als die verantwoordelijkheden digitaal worden uitgevoerd, moeten ze ook fysiek, digitaal en cultureel worden geborgd. Dat laatste misschien het meest: eigenaarschap is het devies, regie over het geheel en rentmeesterschap over de ontwikkeling.

Voorbereid op de realiteit van nu en morgen

Richting 2030 wordt eigenaarschap, regie, rentmeesterschap alleen maar urgenter en vloeiende integratie met de wereld komt daarbij. Dat is meer dan een systeem, of zelfs een ecosysteem beheren. Dat is een verandering van houding: het veilig kunnen samenwerken, uitnodigen en gastheer zijn van de wereld. De digitale muren breken, maatschappijen vloeien samen, maar de belofte blijft hetzelfde.

De jaren 2030: versmelting van interfaces, dienstverlening, implementatie van veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid rijkt vele malen verder dan de overheidsgrenzen. De overheid is samengesmolten met de digitale samenleving en verbonden met zo veel meer samenwerkingen en afhankelijkheden.

De grenzen tussen overheid en buitenwereld worden poreuzer. Data, diensten en interfaces blijven niet binnen de muren van één overheid, of zelfs land. Dienstverlening, toezicht, infrastructuur, mobiliteit, zorg, energie, wonen en veiligheid zullen steeds vaker real-time samenwerken. Niet via één loket, maar via overlappende ecosystemen. Niet via één database, maar via gedeelde en los-geïntegreerde functies, afspraken, identiteiten en controles. Niet af en toe digitaal, maar permanent verbonden.

In zo’n wereld is de vraag niet of de overheid digitaal soeverein wil zijn. De vraag is of de overheid nog kan handelen als het erop aankomt.

Kan zij haar taken uitvoeren als leveranciers wegvallen?
Kan zij besluiten uitleggen als modellen, data en processen versnipperd zijn?
Kan zij burgers beschermen als de technische laag door anderen wordt bestuurd?
Kan zij publieke waarden afdwingen in systemen die zij niet begrijpt?
Kan zij herstellen, aanpassen en verbeteren zonder toestemming van partijen die zelf geen publieke verantwoordelijkheid dragen?

Digitaal is een staatskundig vraagstuk

Digitale soevereiniteit is daarom geen IT-agenda. Het is ook geen inkoopstrategie, geen cloudnota en geen cyberprogramma. Het is een opdracht om de digitale overheid te behandelen als overheid.

Dus: neem eigenaarschap over de cruciale ketens. Bouw kennis op. Ontwerp voor vervangbaarheid. Eis transparantie. Borg publieke waarden in architectuur, code, contracten en toezicht. Werk samen waar dat kan, maar behoud handelingsvermogen waar dat moet. Wees niet alleen afnemer, maar rentmeester, bouwer, beheerder en eindverantwoordelijke.

Want voor de belangrijkste dingen in je leven besteed je niet gedachteloos het fundament uit. Je zorgt dat je weet hoe je huis werkt. Wat erin ligt opgeslagen. Hoe je het onderhoudt. Hoe je het repareert. Hoe je het elke dag een beetje beter maakt.

De overheid is ons gezamenlijke huis.

En dat huis draait digitaal.