Categorie: Artikelen

  • ‘Tegen Big Tech’: de hype zonder perspectief

    ‘Tegen Big Tech’: de hype zonder perspectief

    Links en rechts verschijnen er artikelen, campagnes en opiniestukken over hoe erg onze afhankelijkheid van Big Tech is. Helaas is ’tegen’ iets zijn een blokkerend partroon, we denken namelijk niet verder aan ‘wat dan wel’. We moeten zo snel mogelijk overstappen naar WAT DAN WEL.

    Stel dat Big Tech daadwerkelijk weg is … wat is er dan wel? Hoe is de wereld veranderd? Zijn we beter geworden, is er meer perspectief, of zijn we nu alleen afhankelijk van andere partijen, of nemen we controle over ons eigen huis? Kunnen we dat betalen? Wat gaat er stuk en wat gaat er beter? Hoe ver zijn onze investeringshorizons.

    Afstand tot Big Tech is slechts de eerste stap

    Het probleem is namelijk zoveel anders dan big tech. Op de lange termijn is Big Tech irrelevant, een symptoom van jarenlang passief gedrag. En het kan elk moment irrelevant gemaakt worden. Easy! Door mensen, daadkracht, aanpoten en niet moeilijk doen over investeringen die tot nu toe nuttig waren. Dus prima die campagne en verontwaardiging (die we al 20 jaar aan zien komen), maar hou oog op de bal.

    Van afhankelijk naar ware vrijheid en regie

    De schuld geven aan een systeem die we zelf hebben gekozen is een beetje slachtoffergedrag toch? Dat kan beter. We zijn geen slachtoffer van big tech, we zijn niet verslaafd, we zijn niet machteloos. En als big tech echt het beste is wat de wereld met al dat kapitaal kan maken, dan hou ik me hart vast (spoiler, is niet zo)

    Laten we kiezen voor een samenleving die niet gestuurd wordt door producten van 20 jaar oud, maar diensten die echt mensen in staat stellen om wendbaar, krachtig en vriendelijk met elkaar samen te werken, elkaar te beschermen en elkaars vrijheid te borgen. Welzijn, geen aandeel, liefdevol, geen kapitaal, krachtig, niet verslavend.

    Klagen tegen ‘big tech’ is pasé, een zwaktebod. Het is tijd om te stoppen met miepen over de ander en tijd voor actie: zacht, daadkrachtig, empatisch en modern. Wan klagen is natuurlijk niet zo reeel. Ik wil daarom ook de discussie starten wat we dan WEL willen. Willen we dat de hele overheid en digitaal Nederlands trots gaat investeren op de één-op-één vervanging van 30 jaar producten?

    Van ouwe meuk, naar nieuwe motor

    Word, Excel, Klantrelatiesoftware, Personeelszakensoftware. Het zijn allemaal heel oude ‘concepten’ die soms werken, maar meestal een opeenstapeling zijn van tientallen jaren aan ‘wensen’ en ‘featuritis’ en nu alleen maar doorgrond kunnen worden door externe consultants. Hoe zou dat de nieuwe motor van een moderne overheid moeten worden?

    Zo ook de onhebbelijke en principiële furie van de open source lobby. Ik ben absoluut voor openheid, zeker ook in software voor de overheid, maar met AI coden en de enorme bult aan code die er dagelijks wordt geproduceerd helpt transparantie niets aan accountability, rentmeesterschap, kwaliteit en garanties. EN JUIST DAT WILLEN WE.

    Het verdienmodel van een product loskoppelen van de gebruikers is niet de oplossing op slechte verdienmodellen, slechte producten en slechte bedoelingen. Ook voor open source zijn er volksstammen van zogenaamde experts die goud garen spinnen, puur omdat producten en digitale diensten vanuit beginsel onbruikbaar en onvolwassen zijn.

    De aanpak

    Dus wat nu wel? Maak goeie grondbeginsels van: wat je nodig hebt, hoe je met informatie van mensen omgaat, hoe je kan zien dat dat goed gebeurd, hoe je wilt dat er geld verdient wordt (en ook hoe niet), hoe je onderlinge verbinding wilt garanderen, hoe je waarde voor waarde van diensten en producten kan vastleggen, maar ook hoe je een goed opdrachtgever of klant moet zijn.

    Nu de overheid al een hele tijd 100% afhankelijk is van digitale technologie, waaronder veel is ingevuld door Big Tech is er vanuit De Moderne overheid nog een heel belangrijke vraag: Welk deel moeten we echt zelf doen, en zelf eigenaar van zijn, want het is simpel we TE belangrijk. Welke dingen mogen NOOIT speelbal zijn van externe factoren zoals de perikelen en regels van -onze huidige- partners?”

    Wat we niet willen is intussen al best duidelijk in wetten, beleid en regels, maar die zijn meestal defensief geschreven en teveel naar een specifieke casus (zonder naam en rugnummers). Dus al dat spul moet samengevoegd worden en vertaald van “dit is illegaal” naar “DIT WILLEN WE”, en “DIT HEBBEN WE NODIG”.

    Pas dan heeft de golf na ‘anti-big-tech’ echt zin.

    Ga verder met dit artikel:

  • Van digitale soevereiniteit naar modern rentmeesterschap

    Van digitale soevereiniteit naar modern rentmeesterschap

    Digitale soevereiniteit is een goede reden voor het nemen van regie over de digitale motor van onze overheid. Het klinkt stevig, strategisch en urgent. Maar de overheid heeft geen digitale motor! De overheid IS digitaal, en al zeker 15 jaar! En dus is de vraag: waarom gedraagt de overheid zich alsof ‘digitaal’ een Netflix abonnement is, in plaats de essentie van haar bestaan? Waarom neemt ze geen eigenaarschap en verantwoordelijkheid over haar eigen huis, gezondheid, toekomst en ontwikkeling?

    Met deze ‘digitale soevereiniteit‘ kick doet iedereen alsof we net door hebben dat de digitale infrastructuur onder onze samenleving cruciaal is en dat we niet een frivool extratje, of een handig tooltje. De overheid doet vaak alsof “digitaal” een relatief nieuwe laag is bovenop de overheid, en iets waar we nu alsnog even grip op moeten krijgen. Dat gedrag is erg naïef.

    De overheid is al decennia digitaal

    De overheid is niet recent digitaal geworden. De overheid is al decennia bezig zichzelf stap voor stap te digitaliseren. Eerst voorzichtig, daarna professioneel, toen onmisbaar, en inmiddels volledig verweven met bijna alles wat de overheid doet.

    Jaren ’80: hier en daar digitale gereedschappen

    In de jaren tachtig was digitaal nog gereedschap. Computers op bureaus, losse systemen, administratieve hulpmiddelen. De overheid bleef in essentie papier, mens, loket en dossierkast, maar kreeg er digitale ondersteuning bij. Handig, efficiënt, modern.

    Jaren ’90: meer digitale gereedschappen en ook ondersteund door databronnen

    In de jaren negentig werd dat serieuzer. Data werd iets om centraal op te slaan, te koppelen, te bewerken en te gebruiken. Systemen werden groter. Registers werden belangrijker. De overheid kreeg geheugen op schaal. Niet alleen archieven, maar databases. Niet alleen formulieren, maar informatieposities.

    Jaren 2000: data en gereedschappen worden groter en er zijn er ook meer, ze worden omsloten door digitale diensten en platforms

    In de jaren 2000 veranderden die data en gereedschappen in digitale diensten binnen de overheid. Digitalisering werd niet langer alleen gebruikt om administratie te versnellen, maar om beleid uit te voeren. Belastingen, uitkeringen, vergunningen, toezicht, handhaving, indicaties, beschikkingen: steeds meer overheidstaken kregen een digitale ruggengraat. Nog grotendeels achter de deuren van de overheid, maar al lang niet meer optioneel.

    Jaren 2010: Digitale diensten, dataopslag en het inzetten van data bij dienstverleningen worden verrijkt met interfaces voor burgers, bedrijven en partners.

    In de jaren 2010 kwamen de interfaces naar buiten. Websites, portalen, formulieren, apps, API’s. We noemden het nog “het digitale loket”, alsof het oude loket simpelweg een nieuw scherm had gekregen. Maar er gebeurde meer. Burgers, bedrijven, instellingen en buurten kregen een digitale ingang tot de overheid. De digitale overheid trad buiten de muren van de overheid zelf.

    De burger werd gebruiker, soms zelfs klant. Dienstverlening kreeg een digitaal gezicht. En via data, dashboards, consultaties, modellen en platformen kreeg ook beleidsvorming zelf steeds vaker een digitale vorm.

    Jaren 2020: Digitale diensten, data, algoritmen en interfaces zijn alom vertegenwoordigd en vormen samen een informeel operating-system, of digitaal besturingsysteem van de overheid.

    En nu, in de jaren 2020, moeten we eerlijk zijn: digitaal is niet meer een hulpmiddel van de overheid. Digitaal is niet de motor van de overheid. Digitaal is het besturingssysteem van de overheid! De overheid is niets, heeft geen geheugen, geen kennis, geen actieradius, geen herstel, geen geld en geen stem zonder digitaal.

    Beleid maken, uitvoeren, controleren, verantwoorden, voorspellen, communiceren, beveiligen en bijsturen: het gebeurt digitaal, via digitale middelen, op digitale infrastructuur, met digitale afhankelijkheden. Geen digitaal betekent niet: iets minder efficiënt. Geen digitaal betekent: geen overheid zoals we die nu kennen. Dat is geen waardeoordeel. Het is een feitelijke constatering.

    De overheid is niets, heeft geen geheugen, geen kennis, geen actieradius, geen herstel, geen geld en geen stem zonder digitaal.

    Digitaal is geen fragment, onderdeel, laag, of aspect in de overheid. Het IS de overheid

    En juist daarom is het vreemd dat we vaak nog over digitalisering praten alsof het een domein is. Een afdeling. Een portefeuille. Een aanbesteding. Een cloudstrategie. Een innovatieprogramma. Iets van CIO’s, architecten, securityteams en leveranciersmanagement.

    Maar als de overheid digitaal is, dan is de digitale keten geen ondersteunende keten meer. Dan is zij de overheid in werking.

    De vraag is dan niet alleen: waar hosten we onze data? Welke leveranciers zijn veilig genoeg? Welke landen zijn nu en mogelijk in de toekomst betrouwbare bondgenoten? Hoe voldoen we aan wetgeving, audits en normen? Kort om: de vraag is: hoe borgen we als overheid de belofte van de overheid naar mensen, naar steden, naar bedrijven, naar de toekomst?

    De vraag is, wie kan de veiligheid, integriteit en continuïteit van de overheid schaden? Wie kan de overheid laten functioneren, stoppen, beïnvloeden, afluisteren, vertragen, veranderen of afhankelijk maken?

    Dat is een vraag die niet netjes binnen één bestuurslaag, één ministerie of één contract past. Het gaat over cloudplatformen, softwareleveranciers, identiteitsdiensten, kantooromgevingen, chips, firmware, netwerken, hardwarebeheer, remote access, API’s, datakoppelingen, beveiligingsupdates, analysetools, AI-systemen, sensoren en infrastructuur.

    Het gaat ook over verantwoordelijkheid over hoe de overheid functioneert. Het gaat over kennis, daadkracht en zelfvertrouwen: weten we nog hoe het werkt? Kunnen we het onderhouden? Kunnen we het repareren? Kunnen we het vervangen? Kunnen we het uitleggen? Voelen we dat alles lekker loopt, of als het nog beter kan?

    De belofte en rekensom van de maatschappij

    Volwassen organisaties maken de volgende berekening continue. Wat kost het als wij plat gaan? Wat kost het als onze data lekt? Wat kost het als onze processen worden beïnvloed? Wat gebeurt er als een leverancier de voorwaarden verandert, een update verkeerd uitpakt, een dienst stopt, een geopolitieke spanning escaleert, of een verborgen afhankelijkheid ineens kritiek blijkt?

    Zij zetten die kosten af tegen de investering die nodig is om weerbaarheid, eigenaarschap en handelingsvermogen op te bouwen. Niet omdat alles zelf doen altijd goedkoper is. Maar omdat niet kunnen handelen uiteindelijk de duurste optie is.

    Voor de overheid is die rekensom groter. Als een overheid faalt, faalt niet alleen een organisatie. Dan kunnen uitkeringen, vergunningen, belastingen, zorgprocessen, veiligheid, mobiliteit, energie, water, steden, toezicht en crisisrespons geraakt worden. En elke schade in de overheid heeft een langzaam en diep effect in alle lagen van de maatschappij. Vertrouwen verdwijnt sneller dan het wordt opgebouwd. En afhankelijkheden die jarenlang efficiënt leken, blijken ineens bestuurlijke kwetsbaarheden.

    Daarom is “digitale soevereiniteit” een leuke smoes om eens de balans op te maken, maar een te smalle toets voor de kern van ons probleem.

    Als we digitale soevereiniteit alleen begrijpen als “onze data bij vertrouwde partijen” of “onze cloud bij goedgekeurde partners uit stabiele landen”, dan missen we het punt. Dat kan onderdeel van het antwoord zijn, maar het is niet het antwoord.

    Het gaat niet om een nettere vorm van uitbesteden. Het gaat om eigenaarschap over de volledige keten die de overheid overeind houdt en dus ook sommige zaken ‘in house’ doen.

    Eigenaarschap, regie, rentmeesterschap en richting, maken en onderhoud

    ‘In house’ dingen regelen betekent niet dat de overheid alles zelf moet bouwen, hosten of beheren. Maar wel de discussie aangaat: wat is nou echt van ons, waar zijn wij de expert en waar moeten we 100% eigenaarschap, regie en rentmeesterschap over hebben. En dus ook: wat hebben we nodig om ook dat systeem, die digitale, of moderne overheid in stand en up to date te houden. Hoe wendbaar moeten we zijn, hoe daadkrachtig en hoeveel backups hebben we nodig zodra het misgaat?

    We kunnen die verantwoordelijkheden niet van ons afschuiven. Niet als overheid, niet als ondersteunend ecosysteem, maar ook niet als maatschappij.

    En hetgeen wat je uit handen moet, of wilt geven moet ook kritisch gedaan worden zoals nu ook de discussie is. Een moderne overheid kan en moet ook samenwerken met marktpartijen, kennisinstellingen, Europese partners en open ecosystemen. En samenwerken is iets anders dan afhankelijk zijn zonder handelsvermogen en handelsperspectief. Uitbesteden is iets anders dan niet meer weten hoe je eigen huis werkt. Uitbesteden is rentmeester zijn, over commodity middelen.

    Een volwassen digitale overheid moet kunnen zien wat er binnen haar muren staat en draait. Welke systemen draaien waar? Welke data stroomt waarheen? Hoe afhankelijk zijn delen van de maatschappij van onderdelen in het digitale domein. Welke leveranciers hebben nu en in de toekomst, met welke macht? Welke verandering kunnen welke processen raken? Welke zaken kunnen we vervangen? Welke kennis moeten we in huis hebben om goed rentmeester te zijn? Welke publieke waarden zijn gecodificeerd in systemen, en welke zijn per ongeluk verdwenen in procesoptimalisatie?

    Want de overheid is niet alleen een verzameling diensten. Zij is ook een verzameling verantwoordelijkheden. Rechtmatigheid. Continuïteit. Gelijkheid. Controleerbaarheid. Menselijke maat. Democratische sturing. Veiligheid. Publieke verantwoording.

    Als die verantwoordelijkheden digitaal worden uitgevoerd, moeten ze ook fysiek, digitaal en cultureel worden geborgd. Dat laatste misschien het meest: eigenaarschap is het devies, regie over het geheel en rentmeesterschap over de ontwikkeling.

    Voorbereid op de realiteit van nu en morgen

    Richting 2030 wordt eigenaarschap, regie, rentmeesterschap alleen maar urgenter en vloeiende integratie met de wereld komt daarbij. Dat is meer dan een systeem, of zelfs een ecosysteem beheren. Dat is een verandering van houding: het veilig kunnen samenwerken, uitnodigen en gastheer zijn van de wereld. De digitale muren breken, maatschappijen vloeien samen, maar de belofte blijft hetzelfde.

    De jaren 2030: versmelting van interfaces, dienstverlening, implementatie van veiligheid, continuïteit en betrouwbaarheid rijkt vele malen verder dan de overheidsgrenzen. De overheid is samengesmolten met de digitale samenleving en verbonden met zo veel meer samenwerkingen en afhankelijkheden.

    De grenzen tussen overheid en buitenwereld worden poreuzer. Data, diensten en interfaces blijven niet binnen de muren van één overheid, of zelfs land. Dienstverlening, toezicht, infrastructuur, mobiliteit, zorg, energie, wonen en veiligheid zullen steeds vaker real-time samenwerken. Niet via één loket, maar via overlappende ecosystemen. Niet via één database, maar via gedeelde en los-geïntegreerde functies, afspraken, identiteiten en controles. Niet af en toe digitaal, maar permanent verbonden.

    In zo’n wereld is de vraag niet of de overheid digitaal soeverein wil zijn. De vraag is of de overheid nog kan handelen als het erop aankomt.

    Kan zij haar taken uitvoeren als leveranciers wegvallen?
    Kan zij besluiten uitleggen als modellen, data en processen versnipperd zijn?
    Kan zij burgers beschermen als de technische laag door anderen wordt bestuurd?
    Kan zij publieke waarden afdwingen in systemen die zij niet begrijpt?
    Kan zij herstellen, aanpassen en verbeteren zonder toestemming van partijen die zelf geen publieke verantwoordelijkheid dragen?

    Digitaal is een staatskundig vraagstuk

    Digitale soevereiniteit is daarom geen IT-agenda. Het is ook geen inkoopstrategie, geen cloudnota en geen cyberprogramma. Het is een opdracht om de digitale overheid te behandelen als overheid.

    Dus: neem eigenaarschap over de cruciale ketens. Bouw kennis op. Ontwerp voor vervangbaarheid. Eis transparantie. Borg publieke waarden in architectuur, code, contracten en toezicht. Werk samen waar dat kan, maar behoud handelingsvermogen waar dat moet. Wees niet alleen afnemer, maar rentmeester, bouwer, beheerder en eindverantwoordelijke.

    Want voor de belangrijkste dingen in je leven besteed je niet gedachteloos het fundament uit. Je zorgt dat je weet hoe je huis werkt. Wat erin ligt opgeslagen. Hoe je het onderhoudt. Hoe je het repareert. Hoe je het elke dag een beetje beter maakt.

    De overheid is ons gezamenlijke huis.

    En dat huis draait digitaal.

  • We moeten niet tegen Big Tech zijn, maar goede technologie eisen.

    We moeten niet tegen Big Tech zijn, maar goede technologie eisen.

    We zitten gevangen in een TUNNELVISIE waarin BIG TECH PER DEFINITIE SLECHT IS en we moeten daar NU MEE STOPPEN voordat het te laat is.

    Veel mensen roepen maar al te graag dat ze “tegen BIG Tech” zijn. Hoe bevredigend dat misschien ook voelt, op de lange termijn brengt dit protestplezier ons nergens. Het is té makkelijk; het is deugen voor de bühne. We zitten vast in de negatieve spiraal van: “Wij willen hen niet!”

    In plaats van TEGEN zouden we ons juist — of tegelijkertijd — moeten richten op wat we WÉL willen. We moeten een positief, bevestigend kader creëren voor alle technologie! Een kader dat duidelijk maakt waarom Big Tech de deur werd gewezen én onder welke voorwaarden die bedrijven misschien weer welkom zouden zijn. Het nieuwe manifest.

    Ik weet wat we NODIG HEBBEN en wat we moeten toetsen, uitdragen en helpen creëren!

    Wat we zouden moeten eisen is eerlijke technologie, fijne technologie, mooie technologie, bruikbare technologie, beschaafde technologie, mensgerichte technologie, duurzame technologie, versterkende technologie, sociale technologie, stille technologie en respectvolle technologie. Dat EN MEER!

    Want wat als de nu zo gehate Big Tech — de digitale as van het kwaad — van het ene op het andere moment zou verdwijnen? Geen Microsoft meer, geen Oracle, Google, Meta, Palantir, Amazon of Apple. Wat dan? Hebben we daarmee onze doelen bereikt? Nee! We hebben slechts de slechte voorbeelden verwijderd, zonder na te denken over wat we ervoor in de plaats willen — of zelfs óf we er iets voor in de plaats willen.

    We hebben ons op het slechte gericht en, toegegeven, dat was nodig. Maar we moeten ook de “goedaardige middelgrote tech” en de “schattige kleine tech” waarschuwen dat de verbanning van Big Tech niet betekent dat we automatisch alle andere formaten technologie wél willen. NEE!

    De juiste tech

    We hebben NIEUWE en redelijke regels voor ALLE TECHNOLOGIE. Wij eisen waardige technologie, conviviale technologie, kalme technologie, bruikbare technologie, interoperabele technologie, open technologie, respectvolle technologie, mooie technologie, betwistbare technologie, rechtmatige technologie, flexibele technologie, luisterende technologie, schattige technologie, duurzame technologie, beschaafde technologie, sociale technologie, geweldige technologie, versterkende technologie, eenvoudige technologie, onzichtbare technologie, verantwoordelijke technologie, hackbare technologie, vriendelijke technologie, koppelbare technologie, veilige technologie en privacyvriendelijke technologie. Dat alles.

    Het blauwdruk van tech is duidelijk. Nu zijn wij aan de beurt

    Help elkaar om los te breken uit die negatieve tunnelvisie op technologie. Laten we ALLE TECHNOLOGIE duidelijk maken wat wij nodig hebben om te kunnen functioneren: als individu, als gezin, als vrienden, als buurt, als steden, als bedrijven, als landen en economieën — en natuurlijk als rentmeesters van onze planeet.

    Eis de dingen die je nodig hebt, wilt en waardeert. Breng energie teweeg. 🧡

    Een voorbeeld? Windows vervangen door Linux betekent alleen dat we onze macht om te kiezen hebben gebruikt. Het betekent niet dat we eindelijk vrij zijn. Hetzelfde geldt voor kantoorsoftware, AI, telefoons, de cloud en alle andere technologie.

    Als we vrij willen zijn, moeten we duidelijk maken hoe die vrijheid eruitziet. Niet alleen in een verkooppraatje of een aanbesteding, maar als een duurzame koers voor de toekomst — richting veiligheid, betrouwbaarheid, transparantie, gebruiksgemak, snelheid en ondersteuning. Alles wat we verlangen van ieder bedrijf, iedere overheid, iedere maker en van elkaar.

  • Digitale overheid KAN zien, horen en leren, maar DOET het NIET.

    Digitale overheid KAN zien, horen en leren, maar DOET het NIET.

    De werkelijke krachten van een digitale overheid zijn naar mijn mening dat deze snel kan leren, toegang heeft tot de middelen om dit te doen, en de afstand tot gewone mensen ZOU zo klein kunnen zijn als letterlijk één klik. Helaas gebruiken de meeste overheden hun superkrachten niet. In dit artikel bespreken we deze superkrachten en de verandering die nodig is om van mensen te leren zonder hun leven binnen te dringen.

    Natuurlijk moeten we bespreken waarom hedendaagse overheden hun krachten niet gebruiken, zodat we hen kunnen helpen de sprong te maken naar voortdurende zelfverbetering, gebaseerd op de steeds veranderende behoeften van de samenleving, mensen, bedrijven, handel en politieke bondgenoten. Maar eerst een uiteenzetting van hoe ik de overheid heb ontmoet.

    De overheid is ‘klaar’

    In de tijd dat ik voor overheden heb gewerkt (dat waren maanden, geen jaren) ontmoette ik gepassioneerde mensen, verdiept in hun vak, verplichting en missie. Het kader waarin zij werken is ten goede en ten kwade een paar eeuwen geleden gevormd. Deze geschiedenis, gevuld met rituelen en duizenden vorige leiders, bestuurders en politieke golven heeft sporen achtergelaten op de machine. Deze slijtage kan het best worden uitgelegd als vooringenomenheid. Mensen in de overheid weten wat ze moeten doen, maar vooral: welke dingen moeilijk zijn, illegaal zijn en problemen kunnen veroorzaken.

    Deze rituelen, cultuur en vooringenomenheid zorgen ervoor dat mensen in de overheid mensen aannemen die hetzelfde denken, tot in het extreme. Het staat zelfs letterlijk in hun vacatureteksten: academische achtergrond, ervaring in een ‘politiek gevoelige’ omgeving. Voor mij is dit culturele en functionele zelfmoord: je zult meer van hetzelfde doen omdat “We hebben dingen altijd zo gedaan”. De overheid is klaar, af, perfect. Nou ja, dat is niet zo, maar omdat al deze lieve mensen in dezelfde spiegel kijken, elke dag dezelfde mensen zien, zien zij geen reden om te veranderen, verantwoordelijkheid te nemen en te leren beter te worden.

    We bevinden ons zeker in een dal van bureaucratie: alles zit vast, mensen binnenin zijn tevreden en niet bang, er is geen reden om deze situatie te veranderen. En wanneer er wel reden is, grijpen mensen naar het enige gereedschap dat ze hebben: wetgeving, regels, beleid om mogelijke bedreigingen van hun bestaan af te weren. Alsof de enige gereedschappen die ze hun hele bestaan kennen magisch zijn. Dat zijn ze niet en vrij snel zullen overheden dat ontdekken.

    De overheid wordt digitaal

    Gezien de mogelijkheden van digitalisering en de beschikbaarheid ervan, maar ook de bedreigingen, valkuilen en gevaren, zouden voldoende redenen zijn voor elke organisatie om vooruit te gaan en te ontdekken, beoordelen, veranderen en omarmen. Overheden zijn echter als een fabriek: hun functie, processen en ondersteunende rituelen mogen niet veranderen, omdat het het product zou kunnen aantasten.

    Oplossing voor een onbeweeglijke overheidsorganisatie en een niet te stoppen digitalisering van de rest van de samenleving? Digitaal heeft de functies van de overheid onderbouwd, papier werd bestanden, archieven werden databases, ambtenaren werden software en de overheid was niet wijzer, precies zoals ze hadden gevraagd.

    Helaas heeft digitaal hen WEL veranderd, ze conformeerden zich aan de patronen van Microsoft, gaven toe aan de beveiligingsmaatregelen in Citrix en vergrootten de afstand tussen mensen door een gebrek aan begrip van gebruiksvriendelijkheid. Digitaal heeft de overheid gebroken, omdat geen van beiden veranderde. Toch IS de overheid digitaal, maar de overheid is verslechterd en digitaal maakt het erger terwijl dat niet zou moeten.

    Kennis van twee dingen spelen hier een rol: gegeven digitaal:

    1. hoe zouden overheidsservices, processen en de werkelijke functie van politiek en besturen idealiter kunnen zijn. Digitaal biedt ons bijna magische mogelijkheden om te verbinden, leren en samenleven, maar het lijkt nu te functioneren als een gereedschap om een toren van Babel te bouwen.
    2. welke kennis moet worden toegevoegd en ingebed in overheidsorganisaties om de toverstaf van digitaal op een verantwoordelijke, veilige en stapsgewijs gezonde manier te hanteren?

    Voor mij is het eerste om op te pakken de zeer beperkende, zelf opgelegde vooringenomenheid waarmee de meeste overheidsmedewerkers te maken hebben. Dit is GEEN persoonlijke vooringenomenheid, maar zodra overheids- (of andere professionele) medewerkers samenwerken, beperken zij hun blik drastisch op wat acceptabel, haalbaar, uitvoerbaar, wenselijk maar ook legaal, gebruikelijk is, en leidt gemakkelijk tot consensus.

    Digitale superkrachten: zien, luisteren, leren, toepassen

    Oké, dus overheidsmedewerkers belasten zichzelf met vooroordelen. Dit is inherent natuurlijk voor elke organisatie met een cultuur, geschiedenis en doel. Je focust te veel op de dingen die je elke dag tegenkomt.

    Zoals ik zei: het is oké, zolang je deze beperkte blik op de wereld tegengaat met gereedschappen om verder, breder en dieper te kijken.

    Zorg ervoor dat je je belanghebbenden REGELMATIG ontmoet en zorg ervoor dat je de kansen maximaliseert om nieuwe partijen te ontmoeten. Dit zal je perspectief verbreden en het in de toekomst gemakkelijker maken om dit te doen. Bij de overheid is er echter een technische barrière: overheidsdepartementen hebben een strikte functionele verdeling van verantwoordelijkheden en ‘praten met anderen’ is de verantwoordelijkheid van uitvoeringsdepartementen, laten we zeggen: gemeentelijke diensten.

    Digitaal maakt het echter gemakkelijker om snel en informeel het leven en de factoren van een groep mensen te ontdekken om te bepalen wat hun behoeften zijn, maar ook wat de context is waarin die behoeften ontstaan. Op deze manier kunnen overheidsmedewerkers voortdurend zien, horen en begrijpen wat de kernvraag is en de context ervan, zodat een oplossing en de inkadering ervan beter kunnen worden gedefinieerd en later: gemakkelijker kunnen worden veranderd.

    Digitale superkrachten in overheidsprocessen

    Om ervoor te zorgen dat je kunt, of liever, móet luisteren, is hier een manier om ervoor te zorgen dat de capaciteit van luisteren, zien en leren daadwerkelijk wordt opgenomen in het overheidsproces. In plaats van mensen toegang te geven tot de politiek, willen we de politiek, beleid, uitvoering en de markt toegang geven tot mensen. Het doel is ervoor te zorgen dat zij allemaal de mensen correct begrijpen door kleine en stapsgewijze gezondheidscontroles onder de mensen te doen.

    Laag 1: (herbevestig) het bidirectionele overheidsproces

    Laag 1 zou vrij herkenbaar moeten zijn, het is hoe we gaan van een publieke behoefte, vraag, gedrag via de politiek, naar beleid, dat wordt uitgevoerd en opgenomen en uiteindelijk wordt gebouwd. Eén ding om op te wijzen: er zijn deze feedback-pijlen die terug wijzen. Nu zijn deze pijlen een punt van veel debat geweest, omdat interne politiek (onder anderen) deze wegen heeft misbruikt om het proces te frustreren.

    Dit misbruik heeft geleid tot wantrouw en zelfs het ontmantelen van de mechanismen om het proces opnieuw te starten. Deze processen moeten zowel worden hersteld, maar ook moeten worden uitgerust met validatie en een leervermogen TUSSEN de partijen in het overheidsproces.

    Dus, laten we zeggen dat er beleid is gevormd om een verandering te starten in de uitvoerende tak, om bepaalde mensen beter te ondersteunen. Dat zou een moment zijn waarop zowel Beleid ALS Uitvoering een beroep doen op het Publiek om genoemde interventie of verandering te valideren. Zo simpel is het.

    Digitaal helpt natuurlijk bij het snel doen hiervan, maar ook bij het opnemen en bouwen van een lerende kennisbank waar domme vragen kunnen worden voorkomen en verfijnde vragen kunnen worden beantwoord. Digitaal zal helpen bij zowel het bouwen als benutten van een manier om een gezondheidscontrole te doen op verschillende fasen van het overheidsproces, inclusief de marktvragen.

    Laag 2: Leren van een eindeloze hoeveelheid gezondheidscontroles

    Die gezondheidscontrole (nummer 2) informeert of de verschillende partijen (1) in hun proces niet alleen een formeel verzoek krijgen, maar ook kunnen valideren, veranderen en uitbreiden van genoemd verzoek. Het is niet alleen een gezondheidscontrole, maar ook een beroep doen op (recente) herinneringen aan hoe vorige verzoeken gingen, zodat het proces en/of het antwoord kan worden verbeterd.

    Opnieuw zal digitaal de verschillende partijen een onbevooroordeelde en gedeelde blik geven op het perspectief van het publiek, tijdgeest, behoeften, krachten en beperkingen. Het punt van dit digitaal doen is het verlichten van de stress van luisteren en het publiek oog in oog zien, evenals stapsgewijs leren van trends, onderwerpen en invloed op het denken van het publiek. We hebben het niet over opslag van publieke informatie, maar het opslaan en leren over de inzichten van de overheid. Op deze manier kan de overheid sneller handelen.

    Laag 3: Domeinkennis opnemen in de overheid

    Domeinvalidatie is meestal al aanwezig, maar wordt meestal gedaan door externe partijen en lijkt niet georganiseerd en correct te worden gedaan. Het doel is om ook hier: vorige verzoeken te onthouden en een beroep te doen op nieuwe kennis, in plaats van vanaf nul te beginnen. Deze laag bestaat al informeel, maar is bezet door commerciële partijen en lobbyisten.

    Ook hier moet de overheid hun kennis in handen nemen en de regisseur zijn van genoemde kennis. En we hebben het vooral over kennis over digitaal: dingen die te maken hebben met effectief, veilig besturen terwijl regels, wet en beleid worden gehandhaafd.

    Leer over de wereld, zodat je over jezelf kunt leren

    Doe dit elke dag, voor meerdere jaren en je hebt een enorme hoeveelheid informatie, feedback en leerpunten verzameld. DATA! Verbind deze data in een digitale smederij die blijft groeien en leren, het zal groeien in een beter begrip van de wereld rond de overheidsdepartementen, maar ook hun verbindingsweefsel.

    Digitaal is een prachtige manier om data te verzamelen en kruislings te refereren. En voordat je de privacyvlag hijst: JA! Privacy is van het grootste belang, echter: vertrouwen winnen en toekomstige inzichten en verandering verzekeren staat ook op het spel. De sleutels zijn: data is geen goud, het wordt vrij snel oud, maar inzichten en hun contexten blijven veel langer waardevol. Dit zou kunnen informeren hoe LEREN met behulp van digitaal kan worden gedaan.

    Het gaat niet om onthouden, het gaat om leren en handelen

    Het belangrijkste is dat deze data de ultieme spiegel zal zijn voor de overheid zelf en hen zou kunnen informeren om te veranderen, de route naar genoemde verandering en de middelen om te controleren hoe dit mensen en de samenleving als geheel beïnvloedt.

    Tot slot: snel handelen, perspectieven gebruiken en herstellen

    Het vermogen van de overheid om digitaal te zijn, betekent niet alleen de vaardigheid om technologie te begrijpen, maar ook weten dat digitaal het spel verandert. Het gaat om de nieuwe superkrachten: luisteren, zien en leren MET SNELHEID. Vanwege deze snelheid kunnen we ook sneller itereren.

    Wacht niet om een hele voltooide oplossing voor een politieke vraag onder druk te koken, maar controleer, test, proef en bouw delen van de oplossing. Zorg ervoor dat je SNEL KUNT VOELEN. Voel of iets is veranderd, verkeerd begrepen is, is opgelost, of erger is geworden.

    Dit handelen met snelheid komt ook met de verantwoordelijkheid om klaar te staan om TE HERSTELLEN WANNEER HET FAALT, niet achteraf. We hebben veel digitale overheidsinitiatieven zien falen omdat mensen geen herstelscenario’s hebben uitgestippeld wanneer mensen fouten maken, of wanneer de krachten van nieuwe technologie verkeerd werden begrepen.

    We hebben een ‘Delta plan’ nodig voor elke digitale interventie. Niet omdat we mensen niet vertrouwen, maar omdat het een verstandige manier van werken is geweest in ELKE INDUSTRIE. Dit zal ook de keten van verantwoordelijkheid in de overheid beïnvloeden. Een project is niet ‘klaar’ wanneer het parlement een motie goedkeurt, noch wanneer het budget is goedgekeurd, noch wanneer het is toegewezen en uitgegeven, en nog steeds niet wanneer de levering is gedaan. Verantwoordelijkheid is een volledige levenscyclusproces.

    In het algemeen zou dit een goede boodschap kunnen zijn voor overheden: beschouw je baan niet in het starten van projecten, of zelfs het afmaken ervan. De verantwoordelijkheid van de overheid is die van generaties, dus beloon je inkoop, management en departementen om te blijven leren, veranderen en verbinden met de mensen waar zij voor zorgen: jij en ik.

  • Waarom moet de overheid eigenlijk beter worden in Digitaal?

    Waarom moet de overheid eigenlijk beter worden in Digitaal?

    Waarom moet de overheid eigenlijk beter worden in Digitaal? Nou, de overheid IS AL digitaal, alleen weten ze het niet en gebruiken ze het onvoldoende. De overheid is veelal een leidend voorwerp als het gaat over digitaal en dat hoort toch niet.

    De overheid moet de eindbaas zijn als het gaat over de super powers die digitaal biedt aan het overheidsproces. Als voorbeeld: hoe kan de overheid sneller, democratischer en beter geïnformeerd besluiten nemen als ze nooit de stem van huis-tuin-en-keuken-mensen horen?

    En ook: hoe kan de overheid beroep doen op het verleden als bij elke interventie en kabinet alle kennis over de onderwerpen wegloopt door de draaideuren van de overheid? Is de overheid dan een soort goudvis als het gaat over haar eigen opdrachten en de gevolgen die het heeft/ had op de mensen? Dat kan beter!

    Nu zijn mensen een soort kind van de rekening na jaren lang geklooi en dan op z’n best een ‘mid’ oplossing op een probleem die misschien niet eens een probleem hoorde te zijn. En dat zien we vooral bij alle digitale interventies. Kijk maar naar al die affaires met DUO, Belastingdienst, alle tools en algoritmes die perongelukexpres ingezet werden/ worden bij UWV. En dat zijn de gevallen die niet of nauwelijks het nieuws hebben gehaald, maar wel gevolgen hebben!

    Barbara Kathmann noemt het ‘de digitale overheid die mensen vermorzelt’. Phoe! Dat is nog eens wat!

    Dus positief: hoe maken we het beter? Hoe gebruiken we de ogenschijnlijke magie van digitaal zodat overheid en publiek regelmatig te raden kunnen gaan bij elkaar? In het artikel in de comments vat ik alles samen (in het Engels). Er komt ook een Nederlandse versie.

  • Hello world!

    Welcome to WordPress. This is your first post. Edit or delete it, then start writing!